Gedichten

 

HOPELOOS VERLIEFD

Als zij 28 is en ik 38

gaan we trouwen.

Maar zij is 24 en ik 67,

dus dat gaat nooit gebeuren.

(uit: Het zien van het konijn in de eend)

 


TOEN EN NU

Toen ik jong was,

was ik ontzettend dom.

Ik wist niks, kon niks,

begreep niks

en was verlegen

in het gezelschap van meisjes.

Gelukkig is dat nu allemaal anders:

ik weet alles, kan alles,

begrijp alles.

Alleen ben ik nog steeds verlegen

in het gezelschap van meisjes.

(uit: Geen tuba)

 

THUISKOMST

Als het huis is geïnspecteerd,

de ramen geopend,

de koffers uitgepakt,

wil je meteen weer weg.

 

Je gaat naar het café,

vroeger kwam je daar vaak,

je vraagt: ‘Is Jenny er niet meer?

Jenny stond hier achter de bar.’

 

Je bestelt een glas bier,

je steekt een sigaret op,

je begint hevig te hoesten,

je denkt: hoest is mijn beste vriend.

(uit: Geen tuba)

 

BLIJ VERRAST

Na een lang huwelijk

zag hij zijn vrouw

eindelijk weer eens lachen.

 

Hij was blij verrast

dat ze nog tanden had.

(uit: Goed is als het ergste voorbij is)

 

 

GOED IS ALS HET ERGSTE VOORBIJ IS

Hoe gaat het?

Goed, zeg ik, maar ik lieg,

want om eerlijk te zijn:

goed gaat het zelden.

Goed is als het ergste voorbij is.

Dat duurt maar even,

dan begint de ellende opnieuw

tot aan het bittere end:

dood of dement.

(uit: Goed is als het ergste voorbij is)